Shipment vs order vs rit vs stop
Transportsoftware praat over orders, shipments, ritten en stops alsof iedereen de betekenis deelt. Doet ze niet. De meeste operationele verwarring in een TMS komt van één van deze vier die verkeerd wordt gebruikt. Ze uit elkaar houden is het fundament van schone data en eerlijke rapportage.
De vier objecten
Order
Het commerciële contract met een klant. Eén order is wat de klant vroeg en wat jij gaat factureren.
- Eén klant, één afgesproken prijs.
- Bevat één of meer stops (pickups en afleveringen).
- Bezit de omzetkant van de data.
Stop
Een enkele fysieke handeling op één adres: een pickup of aflevering.
- Hoort bij één order.
- Heeft een tijdvenster, adres, contactpersoon.
- Draagt lading (items, gewicht, volume).
Shipment
De fysieke verplaatsing van lading van een pickup naar een aflevering. Het is het uitvoeringsbeeld van wat in de order is beloofd.
- Eén order kan meerdere shipments hebben (bv. gesplitste levering).
- Eén shipment koppelt minstens één pickup en één aflevering.
- Bezit carrier- en uitvoeringsdata (toegewezen voertuig/vervoerder, POD).
Rit (trip)
Een route die een voertuig rijdt, bestaande uit één of meer stops, vaak over meerdere shipments.
- Eén voertuig, één chauffeur, één dag (typisch).
- Draagt stops uit één of meerdere shipments.
- Bezit de operationele kostenkant (brandstof, uren, tol, kilometers).
Hoe ze samenhangen
Klant
↓
Order
├── Stop A (pickup)
├── Stop B (aflevering)
└── Shipment X (koppelt A → B)
↓
Rit 42 (voertuig, chauffeur)
├── Stop A
├── Stop B
└── Stop uit een andere orderEén rit kan stops uit meerdere orders dragen. Eén order kan over meerdere ritten verspreid worden. De shipment is de brug tussen commercie en operatie.
Waarom verwarring rapportage breekt
- Marge per “order” maar niet per shipment — gesplitste leveringen worden onzichtbaar.
- Kosten per “rit” maar geen koppeling naar omzet — operatie ziet niet wat geld opleverde.
- CO₂ toegerekend aan order, niet aan shipment — fout zodra één order meerdere shipments op verschillende voertuigen heeft.
- POD op de rit, niet op de shipment — bewijzen dat deze klantlading is geleverd wordt onmogelijk.
Een schoon TMS houdt de vier objecten gescheiden en koppelt ze expliciet.
Hoe Routix het modelleert
- Orders bezitten klant, stops, lading en omzet.
- Stops horen bij een order; lading hoort bij een stop.
- Shipments koppelen pickup(s) en aflevering(en) van een order en dragen de carrier-toewijzing.
- Ritten (in Dispatch) dragen stops uit één of meerdere shipments en vormen de dag van het voertuig.
- Kosten en omzet worden per shipment (commercieel) en per rit (operationeel) bijgehouden en met elkaar afgestemd.
Eens je deze vier internaliseert, valt elk scherm in de app beter te plaatsen.
Verwante concepten
Zie dit in Routix
Wil je dit datamodel in een echt product terugzien, start dan op www.routix.com en vergelijk Orders, Stops, Shipments en Dispatch. Op die vier plekken maakt Routix het commerciële en operationele model expliciet.

